van Lisa Reinheimer

 

‘Scenic Route. Als je langzaam reist, niet over de snelweg, maar over de kleine wegen, even een pauze neemt, wat eet en om je heen kijkt en echt ziet wat je omgeeft en probeert te begrijpen wat je daar ziet…’, leidt festivaldirecteur Takvorian het tweeluik in.

Het choreografen-duo Lightfoot/León neemt ons, het publiek, mee op een reis van iets meer dan tien jaar. Van het filmische Silent Room uit 2005 naar het nieuwe Singulière Odyssée, opgedragen aan de onlangs overleden Gérard Lemaître. In beide stukken herkennen we die dromerige, symbolische en theatrale wereld, zo typerend voor dit duo. Met hun hoekige poses en soepele flow, hun groots maaiende en aaiende armen, kleine razendsnelle maar precieze handbewegingen, en humor die de zwaarte nooit de overhand geeft.

Het is een genot om naar deze vakkundige en zeer getalenteerde dansers van het NDT 1 te kijken, de toplaag van het Nederlands Danstheater. Scherpe solo’s, spiralende duetten, technisch vakmanschap. Ze dansen prachtig met een emotie die altijd in beweging is.

Silent Room

Nog voor het doek opgaat, worden we naar de zee gevoerd. We horen de golven in de branding slaan. En dan zien we de zee ook, in zwart wit. Halverwege het podium staat een drieluik opgesteld. Rechts en links de golven op het strand. In het midden een krib waar een man uitkijkt over de zee. Daarachter een man en een vrouw die ook over de zee uitkijken. Langzaam draaien de twee zich om, traag en soepel. Alsof ze vertraagt en overdreven rennen, vullen ze elkaars hoekige poses aan. De composities van Philip Glass stuwen het geheel voort. Omhelzen, vlijen, samen opgaan. Ondanks de trage bewegingen, raast de zee voort. Van de zee komen we in een bos. Het bos draait, alsof de wereld draait. Op het pad in het midden komt een meisje met een rood jasje aangelopen. De dochter van het duo. De vrouw reikt naar het kind. Een close-up volgt en het beeld verdwijnt in een draaikolk. De vrouw wiegt hysterisch onder een donkere wolken lucht. De man heeft zich al van haar verwijderd.
We zijn in een lege, veel te grote kamer beland. Door het raam zien we het licht als de tijd verstrijken. Een silhouet loopt langs het raam. Een derde persoon betreedt het podium.

Verschillende scènes volgen elkaar op. Van soepele engeltjes en razendsnelle duiveltjes, van het opgroeiende kind en droombeelden. Dat droombeeld vliegt ongemerkt voorbij. Als een gedachte die zich in je hoofd ontspint en weg is voordat je begrijpt waar die vandaan kwam. Een prachtig poëtisch beeld. Vanuit de zaal loopt eerst een man het podium op, daarachter een vrouw in een strapless jurk. Haar diep donkerblauwe rok van een heel lichte stof bestrijkt de hele breedte van het podium. De man loopt achterwaarts voor haar, beschermt haar, laat de rok door een zachte wind opbollen en verdwijnen dan samen als snel optrekkende mist. De muziek met lange uithalen klinkt melancholisch, donker, maar niet zwaar.

Silent Room is een reis langs een relatie, symbolisch voor die van León en Lightfoot. Van jong verliefd stel, naar ouders, het opgroeien van hun kind en hun liefdesbreuk. Ze gaan uiteen als gelijken. Hun werkrelatie behouden ze. Philip Glass’ composities drijven het stuk voort. Het kent een soort nostalgische tijd. Het schept een wereld die niet werkelijk is.

Singulière Odyssée

In tegenstelling tot Silent Room concentreert Singulière Odyssée zich op één ruimte. De wachtruimte van een station uit de 19e-eeuw. Houtenlambrisering, een stationschef, licht dat door het plafondraam valt, een klok die stilstaat, op een bankje wacht een vrouw.
Rechtsachter opent een deur. De stationschef (Marne van Opstal) komt binnen en inspecteert de wachtruimte met grote en weidse armgebaren, gebogen knieën. Linksvoor opent de grote dubbele deur, een gebogen gestalte schuifelt achterwaarts het toneel op. In gedachten, kijkend op zijn denkbeeldige horloge, ontdekt hij de wachtende vrouw.
Het is een komen en gaan van reizigers. Steeds verstillen ze en poseren met een licht vooruitgestoken hand, de ellenboog in een hoek. Als het schaarmechanisme van een stoomlocomotief, maar ook als een ontmoeten. Marne van Opstal houdt iedereen in de gaten en torent met zijn lange ledenmaten boven de menigte uit. Een vrouw krijgt zijn aandacht: Myrthe van Opstal. Wat mooie duetten tussen broer en zus oplevert.

De deur linksvoor heeft een magische aantrekkingskracht op de dansers. Steeds worden ze ernaar toe getrokken om er vervolgens door te verdwijnen in het witte licht. Soms verwachtingsvol, soms met lichte angst in de ogen, soms gaan ze met zekere tred de drempel over of nemen er afscheid. Het stuk is opgedragen aan de plotseling overleden Gérard Lemaître. Oud danser van het NDT en initiator van het, nu niet meer bestaande, NDT 3 waar hij tot 2006 danste.

Max Richter componeerde een nieuw muziekstuk voor deze voostelling genaamd Exiles. De cadans van een trein, soms ingehouden, soms voortstuwend. De titel zou kunnen wijzen op de huidige migratiestromen, maar de voorstelling geeft eerder uiting aan de moderne mens die altijd onderweg is, ontmoet en afscheid neemt. Ondanks die gestolde reis die de mens hier aflegt, lijkt dit tweede stuk een urgentie te missen. Of het nu zou gaan om het stilstaan bij ons altijd maar onderweg zijn en werkelijk de tijd te nemen om onze omgeving te aanschouwen of als waarschuwing voor ons voortrazende bestaan en het niet zien dat de herfst met zijn wervelwinden de aarde in zijn greep houdt; Wellicht is het te universeel. Singulière Odyssée is eerder een verdwijnen in nostalgie.

Dit tweeluik laat prachtige dans en vakmanschap zien, prachtige beelden en vertelkracht, de muziek blijft doorklinken in je hoofd, maar het geheel laat onberoerd. En toch, echt vakmanschap is altijd de moeite waard.